JCWeetje

Historische JCWeetjesWist-Je-DatjesRuimtekidsTechniek & WetenschapCultuurkriebelsKiddoeVariaarchief

Wisselstroom zorgt voor een knipperlichtje

Een elektriciteitscentrale draait dag en nacht opdat er stroom uit alle stopcontacten komt. Dit geeft geen constante spanning, maar een ‘wisselstroom’. Dit wil zeggen dat er afwisselend geen stroom en wel stroom is, en dit 100 keer per seconde. Dit kan je aantonen met een eenvoudig proefje.

Neem een klein neonlampje; zo’n rood lampje dat als verklikkerlichtje in lichtschakelaars gebruikt wordt. Bevestig het aan een lange elektriciteitsdraad (bijvoorbeeld 1,5 m) die je aansluit op het net (in het stopcontact steken dus). Het lampje brandt constant. Draai het brandende lampje rond in een verticaal vlak.

Wat denk je te zullen vaststellen? Hou rekening met de wisselstroom.

Als je het lampje stilhoudt, zie je het constant branden, hoewel het door de wisselstroom 100 keer per seconde aan- en uitgaat. Onze ogen kunnen dit tempo echter niet volgen. Door de nawerking zien wij niet dat het lampje uitgaat.

Wanneer je het lampje ronddraait en het dus een cirkel laat beschrijven, zie je het wel aan- en uitgaan. Dat komt doordat het lampje nu bepaalde delen van de cirkel verlicht en andere niet. De nawerking kan onze ogen nu niet meer bedriegen, want het lampje verplaatst zich.

De stroom uit een stopcontact is een wisselstroom.

Bekijk hieronder zelf het verschil tussen gelijkstroom en wisselstroom.

Bron: “De proefjeskoffer”, Winadoe vzw - http://users.telenet.be/Winadoe/