JCWeetje

Historische JCWeetjesWist-Je-DatjesRuimtekidsTechniek & WetenschapCultuurkriebelsKiddoeVariaarchief

We schrijven allemaal geschiedenis!

Historische gebouwen beschermen tegen de tand des tijds, daar kijkt niemand nog van op. Maar culturele activiteiten zoals frietjes eten, een pint drinken of de jaarmarkt? Ja, daar houdt het Platform voor Immaterieel Cultureel Erfgoed zich óók mee bezig. Waarom is het zo belangrijk dat sommige dingen nooit vergeten worden? Waarom overleeft het ene wel, en het andere niet?

Al gehoord van de UNESCO Werelderfgoedlijst? Dat zijn al die gebouwen die door de UNESCO beschermd en indien nodig gerestaureerd worden. Zo hebben in België onder andere het historisch centrum van Brugge, de Grote Markt en de herenhuizen van Victor Horta in Brussel en de belangrijkste mijnsites van Wallonië de titel ‘cultureel erfgoed’: ze worden immers beschouwd als onvervangbaar, uniek en eigendom van de hele wereld.

“Een CD? Wát zeg je dat dat is?”
Het is natuurlijk heel mooi om over 50 jaar met je kleinkinderen nog over de Grote Markt van Brussel te kunnen wandelen, maar stel je eens voor dat ze het in Keulen horen donderen wanneer je vertelt dat je hier in het begin van de eeuw je CD liet signeren door pakweg Stromae. “Een CD? Wát zeg je dat dat is? Een schijfje waaruit muziek kwam? Nooit van gehoord, onze muziek staat geprogrammeerd in een chip die ingeplant is in onze kleine teen. En wat was dat van dat signeren? Wat heb je nu aan iemands handtekening, een selfie nemen is toch veel cooler? Gekke opa toch.”
Of je nu een nostalgicus bent of niet, de idee dat de alledaagse dingen uit jouw leven over honderd jaar voorgoed verdwenen zijn uit het collectieve geheugen, maakt niemand gelukkig.  

Heel wat mensen liggen hiervan wakker. En daarom is de UNESCO in 2003 ook begonnen met het oplijsten van immaterieel cultureel erfgoed:  tradities, rituelen, vaardigheden en sociale gewoonten van vroeger en nu die nooit verloren mogen gaan. Net zoals bij het materieel erfgoed gaat het om gebruiken die onvervangbaar en uniek zijn, zoals bijvoorbeeld het Carnaval de Binche, Aalst Carnaval, de Heilige Bloedprocessie in Brugge of de Garnaalvisserij te paard in Oostduinkerke. Allemaal eeuwenoude tradities die dankzij de UNESCO door de eeuwigheid zullen gaan.

We schrijven allemaal geschiedenis
Het Platform voor Immaterieel Cultureel Erfgoed gaat echter nog een stapje verder. Voor hen hoeft ‘geschiedenis schrijven’ niet noodzakelijk gepaard te gaan met grote evenementen als stoeten of carnaval. Zowel God als klein Pierke kunnen geschiedenis schrijven door kleine dingen die ze doen en blijven doen. Frietjes halen in het frietkot, een pint drinken in je stamcafé, op zondag naar de mis gaan, een mop vertellen, pannenkoeken eten met Lichtmis: al die tradities lijken voor ons vanzelfsprekend, maar vergis je niet: dat is allemaal geschiedenis.

Om zo weinig mogelijk van die geschiedenis in de vergeetput te zien belanden, heeft de organisatie de actie #ikschrijfgeschiedenis gelanceerd. Iedereen kan zijn/haar bijdrage aan de geschiedenis met de wereld delen via de website www.immaterieelerfgoed.be. Meer dan vijftig mensen beschreven al hoe zij een traditie of techniek voortzetten. Een reuzenstoet, een bloesemwijding, hoevebrood bakken in een authentiek bakhuis, vader en zoon die samen naar de koers gaan of samen Panini-stickers plakken: hoe klein het ook is, we schrijven allemaal geschiedenis. 

“Oliebollen halen blijft een traditie”
Aangezien de geschiedenis dus blijkbaar niet alleen door Julius Caesar en Napoleon werd geschreven, trokken wij naar de Troostkermis van Vilvoorde om te achterhalen hoe die geschiedenis precies geschreven wordt. De Troostkermis is immers onlosmakelijk verbonden met de Jaarmarkt, die dit jaar aan zijn 154e editie toe is – als dát geen geschiedenis is. Maar hechten de Vilvoordenaars anno 2016 nog wel belang aan tradities als jaarmarkt en kermis?

Liliane, een vijftigster, vindt het belangrijk dat de jaarmarkt nog bestaat, maar merkt wel een evolutie. “Het valt me op dat er minder en minder volk komt. Vroeger was de markt om 10 uur ’s morgens al stampvol, maar dit jaar heb ik goed kunnen doorlopen.” Zou dat komen omdat de jeugd zich minder interesseert in geschiedenis en tradities? Het was immers al de 154e editie. “Dat is mogelijk. Ik zie er in ieder geval meer oudere mensen dan jeugd.”

De jeugd zal dan wel meer geïnteresseerd zijn in de kermis. “Vast en zeker. En dat is maar normaal. Het is dan ook tof dat hij er staat, want de kinderen kijken ieder jaar ernaar uit. En de volwassenen vinden het ook tof – zo ga ik bijvoorbeeld elk jaar oliebollen halen. Dat blijft een traditie.”

“Een traditie uit de tijd van de boeren”
Jonas (17) is dan weer niet zo’n fan van de Jaarmarkt. Hij kon maandag niet gaan omdat hij in Mechelen studeert, maar dat vindt hij niet zo erg. “De meeste mensen komen toch enkel voor de kermis, ook de ouderen. Die jaarmarkt is gewoon nog een traditie van in de tijd dat er nog veel boeren waren. Het is nu de 154e editie. In die tijd moet dat nog interessant geweest zijn, maar nu niet meer.” De aanpalende tentoonstelling over de geschiedenis van landbouwvoertuigen vindt hij dan weer fascinerend: “Ik ben altijd geboeid geweest door geschiedenis. Dit is dus echt iets voor mij.”

Het voortbestaan van de Jaarmarkt is voor Jonas dus niet echt een prioriteit, maar in de kermis ziet hij zeker een toekomst. “Zaterdagavond was het hier stampvol. Mensen spreken al twee weken op voorhand af om samen naar de kermis te gaan, zowel kinderen van zes als pubers van zestien jaar.” Maar moet het voor de jeugd niet altijd sneller, hoger en specialer zijn? “Geloof me, er zijn hier attracties voor alle leeftijden. Rustige attracties voor de kinderen, spectaculaire voor de tieners en volwassenen. De kermis kan zeker nog concurreren met de pretparken.”

“Het geeft zoveel ambiance”
De meeste mensen kunnen de jaarmarkt echter nog wel appreciëren. Voor Myriam, een veertigster, horen de Jaarmarkt en de boerenpaarden bij de geschiedenis van de stad. “En in dat opzicht stoort het mij zeker niet. Het is maar één keer per jaar en het geeft zoveel ambiance. En als het mooi weer is, is het ideaal. Dus mij stoort het totaal niet.”

Joannes, een zeventiger, kan alleen maar bijspringen. “Het is een soort traditie. Dat moét niet blijven bestaan, maar het brengt mensen op de been, dus voor mij mag het zeker.” Maar minstens even belangrijk vond hij de tentoonstelling over landbouwvoertuigen: “Het is goed dat de jeugd die gewoontes van vroeger meepikt. Dat zijn tradities die misschien verloren gaan als ze daarmee geen kennis meer maken, en dat mag toch geweten worden?”

Door Michael Delbeke