JCWeetje

Historische JCWeetjesWist-Je-DatjesRuimtekidsTechniek & WetenschapCultuurkriebelsKiddoeVariaarchief

Vensterdoek, vensterglas of varkensblaas?

Vóór 1700 was het niet vanzelfsprekend dat er glas in je ramen stond. In Italië kenden ze uiteraard glas maar rijk of arm gebruikte vaak linnen doeken die ze op een frame spanden. De stof werd ingewreven met olie om meer licht door te laten. In een warm land kan dat natuurlijk.

Ruiten uit één stuk waren er nog niet. In de middeleeuwen bestond een venster uit kleine ronde glazen schijfjes die in lood gevat, waren. Net een scherm van flessenbodems. Ruitjes of rechthoekjes kon ook. De Engelsen gebruikten soms stukjes gepolijste koehoorn in plaats van glas.
Arme mensen hadden enkel een houten luik om de kou buiten te houden. Je kon natuurlijk ook een stuk varkensblaas voor het raam spannen.

In 1688 ging men in Frankrijk experimenteren met vloeibaar glas om grote spiegels te maken. De glaspasta werd uitgegoten op een tafel met een metalen kader. Toen bleek dat je het gepolijste glas ook kon gebruiken als vensterglas.

In de middeleeuwen bestond een venster uit kleine ronde glazen schijfjes die in lood gevat, waren, net een scherm van flessenbodems.

 

Vooral in Engeland werden de horens van dode runderen vaak bewerkt tot kleine platte schijfjes die als glas kon gebruiken.

 

Op dit schilderij van Canaletto zie je de witte doeken die voor de ramen gespannen zijn. Je kon natuurlijk gekleurde doeken gebruiken. Dat gaf een mooi effect, net zoals licht dat door gordijnen valt.

Door Lode Melis