JCWeetje

Historische JCWeetjesWist-Je-DatjesRuimtekidsTechniek & WetenschapCultuurkriebelsKiddoeVariaarchief

Het gouden huis van Nero

Op het einde van de vijftiende eeuw werden er in Rome geheimzinnige grotten ontdekt die prachtig beschilderd waren. Kunstenaars lieten zich aan een touw naar beneden zakken om ze na te tekenen. De Nederlander Maarten van Heemskerck verbleef van 1532 tot 1536 in Rome en was één van de velen die er zijn handtekening in de muren kraste.

Het waren eigenlijk fresco’s uit de eerste eeuw. Ze werden “grotesken” genoemd omdat ze in grotten gevonden werden. Het woord “grotesk” betekent vandaag iets dat zwaar overdreven is. Dat was het toen ook al, want wat op grotten leek waren de overblijfselen van de “Domus Aurea” (het gouden huis) van Nero (keizer van 54 tot 68).
Nero zag het groots. Hij liet een paleis bouwen dat helemaal bedekt was met bladgoud. De beste frescoschilders zorgden voor de decoratie. Verder had je nog wat parken met vijvers en er liep een halve zoo rond. Nero ging er niet eens wonen maar gebruikte het paleis als fuifzaal en pretpark.


Kunstenaars uit de renaissance vonden hun inspiratie in de Domus Aurea. De plafonds van het Vaticaan lijken er wel een kopie van.

 

Er werd al heel lang gezocht naar resten van Nero’s fantastische paleis. Het was enkel bekend uit oude geschriften en er werd al gedacht dat het gewoon een fabeltje was. Gelukkig werden die “grotten” gevonden.
Na de val van Nero werd het paleis grotendeels afgebroken om er een badhuis op te bouwen. Wat overbleef werd volgestort met beton. Ja hoor, de Romeinen kenden beton! De koepel van het Pantheon is van beton (het is wachten tot de achttiende eeuw voor beton terug gebruikt wordt).

Nero wordt steevast afgeschilderd als een vreselijke tiran die zijn tegenstanders voor de leeuwen gooide. Gek genoeg vond hij het bloedige spektakel in de arena helemaal niet leuk. Je kon hem wel vinden op de renbaan. De keizer hield vooral van poëzie en muziek.

 

Voorzichtig werd de hele ruimte leeggemaakt en nu is het grote probleem hoe alles bewaard kan worden. Vocht, wortels van bomen en gewoon zelfs de adem van mensen tasten de fresco’s aan. Als er niet vlug wat gebeurt, zal de hele boel gewoon verdwijnen.
De Romeinen hadden er een spreuk voor: “Sic transit gloria mundi” (zo verdwijnt de schittering van de wereld) …

Door Lode Melis