JCWeetje

Historische JCWeetjesWist-Je-DatjesRuimtekidsTechniek & WetenschapCultuurkriebelsKiddoeVariaarchief

Geschiedkundige fantasten

ANTWERPS ALS OERTAAL

Soms hoor je grappige woordverklaringen. Een nachtmerrie is een paard dat je ’s nachts komt lastigvallen. Helemaal niet natuurlijk, de merrie in nachtmerrie komt van het oude woord mare en dat betekent spook.

De Duitse filosoof Leibniz (1646-1716) had een woord bedacht voor die grappige verklaringen. Hij noemde het goropiseren, naar de Antwerpse geleerde dokter en taalkundige met de ronkende naam Johannes Goropius Becanus.

Goropius werd geboren in het dorpje Beek als Jan van Gorp, maar hij verlatijnste zijn naam zoals dat de gewoonte was onder humanisten, de geleerde mensen uit die tijd (zelfs de mopshond van Justus Lipsius heette Mopsius).

Goropius sprak Hebreeuws, Grieks en Latijn en was een heel bekwaam dokter. Hij werd zelfs lijfarts van de zussen van Keizer Karel. In 1554 werd hij stadsdokter in Antwerpen. Maar zijn grote passie was de taalwetenschap. In de drukkerij van Plantijn werkte hij mee aan de uitgave van een meertalige bijbel.

Toen liep het een beetje mis. In 1569 publiceerde hij een boek met de titel Origines Antverpianae, over de geschiedenis van Antwerpen. En daarin beweerde Goropius dat de oudste taal van de wereld het Diets was, een verzamelnaam voor de regio-talen die men in de Nederlanden sprak. Het Brabants dat in Antwerpen gesproken werd was daar een variant van. Het kon dus best zijn dat Adam en Eva Antwerps spraken in het paradijs (je snapt niet waarom ze in Antwerpen geen groot standbeeld van Goropius hebben!)

Alle talen stamden af van het Diets. Dat kon je ook zien en horen, zoals in het Latijnse woord voor mest, stercus, genitief stercoris. Dat woord komt van sterk koren, schreef Goropius, want mest doet het koren groeien. Ook in het Brabants vond hij eigenaardige woordverklaringen: verken (varken) was een samenstelling van ver en ken en betekent dus ver van kennis. Vandaar de uitdrukking zo dom als een verken.

Hij had aanhangers maar de meeste geleerden uit zijn tijd volgden hem niet …

Volgens Johannes GoropiusBecanus spraken Adam en Eva in het paradijs Brabants (lees Antwerps): “Pruuft na is wa ne lakkeren appel da dat is!”

Titelblad van de Origines Antwerpianae.

 

ODYSSEUS IN ZIERIKZEE

Charles-Jozef de Grave (1731-1805) was advocaat in Gent. Hij maakte vlug carrière en werd raadsheer bij de Raad van Vlaanderen, de hoogste rechtbank van het graafschap. Na de Franse Revolutie werdde Grave lid van de Conseil des Anciens, de raad van de ouderen in Parijs, waar de wetten gemaakt werden.

De Grave was een geleerde man. Hij bezat een reusachtige bibliotheek en verzamelde alles wat hij kon vinden over geschiedenis, mythologie en taalkunde. Vooral de etymologie, de afkomst en betekenis van woorden interesseerde hem. De Grave greep zelf naar de pen. Hij was Nederlandstalig maar schreef in het Frans. Het werd een dik boek: République des Champs-Élysées, ou Monde ancien, over de republiek van de Elysese velden of de oude wereld. De Elysese velden zijn de eilanden van de gelukzaligen, het Griekse paradijs uit de oudheid. Het boek verscheen in 1806. Jammer genoeg maakte de Grave dit niet meer mee want hij overleed het jaar voordien.

Het is een ‘ongelooflijk’ boek en dat mag je letterlijk nemen. De Grave beweerde koudweg dat de Elysese velden eigenlijk in de Nederlanden te vinden waren. Zeeland betekende volgens de Grave zalig eiland. Maar ook in Griekenland kon je de invloed van het Nederlands merken.Het Orakel van Delphi was volgens de Grieken het middelpunt van de wereld. De Grave beweerde nu dat Delphi van het Nederlandse d’helft (de helft) kwam, wat in het midden wil zeggen. De priesteres van het heiligdom heette Pythia. Volgens de Grave kwam die naam van het Nederlandse woord put. Het sloeg op de grot waarin het heiligdom zich oorspronkelijk bevond.

In het boek stond ook te lezen dat de Griekse held Odysseus niet rondzwalpte op de Middellandse Zee, maar voor de Belgisch-Nederlandse kust.

In oude teksten wordt Odysseus Ulysses genoemd. Let eens op de naam van het dorp Vlissegem, schreef de Grave. Die V moet eigenlijk een U zijn en dan krijg je Ulissegem wat wil zeggen Ulisses-heem of de verblijfplaats van Ulysses. Verder kom je ook Lissewege tegen en dat is een verwijzing naar de weg die Ulysses volgde, Ulyssewege eigenlijk. Ja maar, zal je zeggen, er staat geen U of Vvoor Lissewege. Ook daar had de Grave een uitleg voor. In Vlaanderen hebben ze de gewoonte van namen af te korten; Elisabeth wordt Liesbet.

- Hallo, ben je er nog?

Zo gaat het nog een tijdje door tot aan Zierikzee. En ook daar is wat bijzonders over te vertellen. Odysseus-Ulysses komt tijdens zijn zwerftocht op het eiland van de tovenares Circe terecht. Dat was in Zierikzee wat eigenlijk Circezee moet zijn, de zee van Circe.

Je kan het zo gek niet bedenken of de Grave had er een uitleg voor. De invloed van het Nederlands was volgens hem zelfs te merken tot in andere continenten. De Grave vertelt dat Afrika vroeger vasthing aan Spanje. Na een vreselijke natuurramp zou het continent losgescheurd zijn en sindsdien heet het Afrika. Dat komt van het Nederlandse afrukken (!)

Inderdaad, het verhaal van Charles-Joseph de Grave lijkt heel sterk op dat van Goropius Becanus. Maar de Grave leefde wel meer dan tweehonderd jaar later, in de periode die we de verlichting noemde. Het was de tijd van de grote filosofen, ontdekkingen en de moderne wetenschap. Hoe het mogelijk is dat een verstandige en geleerde man tot zulke fantasieën kon vervallen zal voor altijd een raadsel blijven …

Het boek van Charles-Joseph de Grave is gedigitaliseerd en je kan het raadplegen op de Gallica website van de BNF, de Franse Nationale Bibliotheek. Ga naar www.gallica.bnf.fr en tik in République des Champs-Élysées, ou Monde ancien. Tome 1. Veel plezier!

Een oude kaart van Zeeland, waar volgens Charles-Joseph de Grave de eilanden van de gelukzaligen lagen.

Meer dan tweeduizend achthonderd jaar geleden beschreef de Griekse dichter Homeros de zwerftocht van Odysseus over zee. Odysseus beleefde de vreemdste avonturen. Je kan het nalezen als je Odysseus intikt op www.wikipedia.nl.

In 1957 schreef de Vlaamse schrijver Hubert Lampo een essay over het boek van Charles-Joseph de Grave, Toen Herakles spitte en Kirke spon.

 

GESCHIEDENIS TEVEEL

Ook vandaag zijn er fantasten die heel creatief met geschiedenis omspringen.

In 1991 heeft de Duitse historicus Heribert Illig uitgeknobbeld dat er aan de middeleeuwen driehonderd jaar teveel zijn. Keizer Otto III en paus Silvester II hadden het rond het jaar 1000 op een akkoordje gegooid. Volgens Illig was het toen nog maar 700. De keizer en de paus wilden allebei absoluut in het magische en heilige jaar 1000 regeren. Dus fantaseerden ze de hele Karolingische dynastie – Karel de Grote inbegrepen – bij elkaar, en zo konden ze bewijzen dat ze in het jaar 1000 leefden. Het lukte hun ook nog om de Byzantijnse keizer Constantijn VII mee in het bad te trekken. Simpel was dat niet want er moesten natuurlijk een massa documenten vervalst worden.

Het is begrijpelijk dat Heribert Illig niet veel bijval vond bij zijn collega-historici. Wat deed je met de geschiedenis buiten Europa? Volgens de theorie van Illig kon de islam nooit ontstaan zijn want de profeet Mohammed leefde in de zevende eeuw … Gelukkig wordt deze theorie onder historici niet ernstig genomen. Ze noemen dat de Fantoomtijd-theorie.

Professor Heribert Illig zal best een vriendelijke man zijn die een beetje gek doet.

Toch is al die fantasie over tijd en geschiedenis niet altijd zo onschuldig. Er lopen ook mensen rond die beweren dat de concentratiekampen van de nazi’s nooit bestonden. Dan wordt het plots heel gevaarlijk.

Een munt met de beeltenis van Karel de Grote uit de negende eeuw. Volgens professor Heribert Illig een vervalsing …

door Lode Melis