JCWeetje

Historische JCWeetjesWist-Je-DatjesRuimtekidsTechniek & WetenschapCultuurkriebelsKiddoeVariaarchief

De Magie van John Dee (1527-1609)

Wist je dat Perkamentus uit de Harry Potterboeken misschien wel echt bestaan heeft? In de zestiende eeuw liep er in Engeland in elk geval iemand rond die sterk op hem leek, ook een magiër. En het zou wel eens kunnen dat die model stond voor het schoolhoofd van Zweinstein. 

John Dee leek op Perkamentus die net van de kapper kwam.

 

Op 26 maart 1609 overleed de geleerde John Dee in het huis van zijn vriend en oud-leerling John Pontois in London. Hij werd 81 en dat was heel oud in die tijd.

Dee was op het einde van zijn leven een broos oud mannetje met een lange witte baard en het was maar goed dat hij bij Pontois terecht kon. Vroeger was hij rijk geweest, maar op zijn ouwe dag had hij het moeilijk om de eindjes aan elkaar te knopen. Dee was blij met de kamer in Pontois’ huis waar hij zijn laatste dagen doorbracht tussen zijn boeken en astronomische instrumenten.

Daartussen stond een glazen bol. Inderdaad, zo eentje die waarzeggers gebruiken. En er was ook nog een geheimzinnig kristallen juweel met magische krachten. Dat juweel kwam later in bezit van de arts Nicholas Culpeper die het wilde gebruiken om mensen te genezen. Maar Culpeper beweerde dat het kristal enkel een grijnzende demon toonde.

Het deed de reputatie van de overleden John Dee geen goed. Zie je wel! Dee was een tovenaar en een duivelsbezweerder, volledig in de macht en in dienst van het kwade.

Dit is de geheimzinnige glazen bol van John Dee. In werkelijkheid is hij niet veel groter dan het kristallen juweeltje op de afbeelding ernaast. De bol staat in een vitrine in het British Museum in Londen samen met nog wat vreemde spulletjes van Dee. Voor het juweeltje moet je naar het Londense Science Museum, maar let op dat er geen duiveltje uitspringt ….

 

Al tijdens zijn leven werd John Dee van zwarte magie beschuldigd. In 1608, een jaar voor hij stierf, schreef hij nog een uitgebreide brief aan de Engelse koning James I, om al die beweringen te weerleggen. “Breng me voor de rechtbank,” zei de dappere oude man “als er ook maar enig bewijs wordt gevonden dat ik een duivelsbezweerder ben, mogen ze me stenigen, begraven of verbranden!”

Hoe anders was het vroeger geweest toen koningin Elizabeth I nog leefde. Toen was John Dee een belangrijke raadgever aan het hof. Hij was wiskundige, filosoof, aardrijkskundige en astronoom maar ook astroloog. Dat laatste betekende dat hij een magiër was die de toekomst voorspelde aan de hand van de stand van de sterren, iets wat vandaag geen enkele wetenschapper nog gelooft. Maar in die tijd gingen astrologie en astronomie hand in hand. In 1558 werd John Dee zelfs gevraagd om de gunstigste dag te voorspellen voor Elizabeths troonsbestijging.

 

In 2016 bezochten we in Londen een tentoonstelling met als thema de verloren bibliotheek van John Dee. Daar kwamen we te weten dat Dee teksten onderstreepte en aantekeningen maakte in zijn boeken. Bij belangrijke passages tekende hij een grappig handje met een wijsvingertje.

 
Dee had een reusachtige bibliotheek met ongeveer drieduizend boeken en duizend handschriften. In die tijd was dat enorm. Hij hield zich ook bezig met alchemie. Ook dat is nu helemaal geen wetenschap meer, al is het wel de voorloper van onze scheikunde.
 
Alchemie ging ervan uit dat alles leeft, ook metalen. Die konden groeien en werden na een hele lange tijd edeler. Volgens alchemisten kon je dat proces versnellen en van een onedel metaal (bv. lood) goud maken, door het te smelten en te distilleren. Dat noemden ze de transmutatie. Maar dat kon enkel lukken als je de formule kende om de steen der wijzen te maken en dat was een goed bewaard geheim. Met de steen der wijzen kon je ook een geneesmiddel maken dat goed was voor alles. Er werd zelfs gefluisterd dat het je onsterfelijk maakte.

Alchemie was nu precies het zoeken naar die raadselachtige materie, goud, geneesmiddel of levenselixir.

Koningin Elizabeth I was erg geïnteresseerd in alchemie en in het paleis van Hampton Court was zelfs een alchemistisch laboratorium ingericht. De koningin vond het dan ook bijzonder jammer dat het niet lukte om goud te maken, want dat kwam altijd van pas natuurlijk (eigenlijk mocht ze al blij zijn dat het hele paleis niet de lucht in vloog!).

Koningin Elizabeth kon goed opschieten met John Dee. Hij adviseerde de regering over scheepvaart en internationale handel en correspondeerde met de belangrijkste geleerden van Europa. Van Dee werd gezegd dat hij de geleerdste man van Engeland was.

Maar net wanneer hij dat allemaal bereikt had liet John Dee alles in de steek. In 1583 vertrok hij samen met Edward Kelly naar Polen. Vandaar ging de tocht verder naar Praag, naar het hof van keizer Rudolf II. Wat hij daarmee wilde bereiken blijft een raadsel. Misschien had het wel wat te maken met die vreemde man, Edward Kelly en ... met engelen.

Dat zat zo in elkaar. John Dee wilde echt alles weten. Hoe de natuur in elkaar zat, wat er allemaal in het heelal ronddraaide en wat er in de toekomst ging gebeuren. Volgens Dee en de andere astrologen uit zijn tijd, hadden de sterren invloed op alles wat er hier beneden gebeurde. Dee wilde weten wat er achter die sterren zat en dat kon enkel lukken met de hulp van engelen.

Misschien heb je het al ondervonden, maar met engelen praten is niet eenvoudig. John Dee was een magiër en kon dus iets meer als wij, maar dit lukte hem niet. Hij had een medium nodig, een tussenpersoon die vertaalde wat de engelen vertelden. Dat werd Edward Kelly.

Kelly was een vreemde man en net als Dee een alchemist. Er werd over hem verteld dat hij ooit betrokken was in een zaak van valsmunterij. Als straf werden zijn oren afgesneden en daarom droeg hij altijd een kap.

De magie van John Dee bleef mensen inspireren. Op het einde van de negentiende eeuw maakte Henry GillardGlindoni dit schilderij. Het stelt John Dee voor die koningin Elizabeth in zijn laboratorium ontvangt. Edward Kelly zit helemaal rechts in een boek te bladeren. Op het tafeltje naast hem staat de glazen bol.

 

Het was Edward Kelly die in het kristal of in de glazen bol engelen zag verschijnen. Hij gaf hun boodschappen door aan John Dee die alles netjes noteerde. Ook tijdens hun reis gingen ze daarmee door want het waren de engelen die de route uitstippelden. Dat wil zeggen dat Kelly Dee vertelde dat de engelen hun op weg stuurden …

Edward Kelly blijft in Praag achter, maar John Dee komt in 1588 terug naar Engeland. Zijn reis was geen succes. Terug thuis deed hij een onaangename ontdekking. Verschillende alchemistische instrumenten uit zijn laboratorium waren gestolen, maar het ergste was dat er een massa boeken uit zijn bibliotheek was verdwenen.

Het zou nooit meer worden als vroeger. Er werd gefluisterd dat Dee aan zwarte magie deed.

Daar was niets van waar. Hij was een geleerde en ook een magiër die dingen deed waar geen enkele wetenschapper nu nog iets van gelooft, maar hij wilde zeker niemand kwaad berokkenen.

John Dee stond waarschijnlijk model voor de tovenaar Prosperoin het toneelstuk The Tempest (De Storm) van William Shakespeare. Er is een opmerkelijke gelijkenis. Op het einde van het stuk vernietigt Prospero zijn toverboeken en daardoor verliest hij zijn toverkracht. Wanneer John Dee het grootste deel van zijn boeken kwijt is, gaat het bergaf met hem.

En misschien dacht J.K. Rowling ook aan John Dee toen ze de tovenaar-schoolhoofd Perkamentus bedacht.

door Lode Melis